
De recente Europese wedstrijden van FC Utrecht leverden sportieve aandacht op, maar gingen volgens berekeningen ook gepaard met aanzienlijke maatschappelijke kosten. Met name de extra politie-inzet rond meerdere duels drukte zwaar op de begroting.
Bij verschillende wedstrijden was een grote aanwezigheid van agenten noodzakelijk, zowel op de wedstrijddag zelf als in de aanloop ernaartoe. Het ging daarbij om honderden politiemensen per avond. Volgens betrokken instanties had deze inzet gevolgen voor andere werkzaamheden binnen de regio.
De kosten voor de politiecapaciteit worden door de overheid gedragen. Dat betekent dat de belastingbetaler uiteindelijk opdraait voor het merendeel van de uitgaven buiten het stadion. Voetbalclubs zijn wettelijk verantwoordelijk voor de veiligheid binnen het stadion, terwijl gemeente en politie verantwoordelijk zijn voor de openbare orde daarbuiten.
Vakbondvertegenwoordigers uitten zorgen over de omvang van de inzet. Zij wijzen erop dat dergelijke operaties impact hebben op andere taken binnen het politiewerk. De vraag wordt daarom opnieuw gesteld of er aanvullende maatregelen mogelijk zijn om de kosten en inzet te beperken.
Er bestaan al instrumenten zoals stadionverboden, gebiedsverboden en boetes voor individuen die zich misdragen. Daarnaast wordt op politiek niveau gesproken over mogelijke financiële prikkels richting clubs wanneer politie binnen het stadion moet ingrijpen.
Voorlopig blijft het onderwerp actueel, zeker nu Europese deelname niet alleen sportieve ambities met zich meebrengt, maar ook organisatorische en maatschappelijke consequenties.